Het kabinet der Koningin

Bij Koninklijk besluit van 22 december 1840, nr. 44, werd het Kabinet des Konings ingesteld dat sinds 1 september 1891 de naam "Kabinet der Koningin" draagt. Naar aanleiding van de notitie "Het Kabinet der Koningin" en de uitspraken in de Tweede Kamer daarover (zie paragraaf 8) werd dit KB op 18 december 2003 opnieuw vastgesteld.
Het Kabinet der Koningin (KdK) draagt zorg voor de ambtelijke ondersteuning van de Koningin bij de uitoefening van haar staatsrechtelijke taken en fungeert als schakel tussen Koningin en ministers. Het KdK is tevens
belast met de bewaring van oorspronkelijke staatsstukken. De taken/activiteiten bestaan uit de volgende onderdelen:
a.  Namens de Koningin onderhouden van contacten met bewindslieden, commissarissen der Koningin en andere hoogwaardigheidsbekleders;
b.  Informatie verzamelen en op grond hiervan de Koningin schriftelijk en mondeling informeren, in het bijzonder ten behoeve van haar gesprekken met de Minister-President en met andere binnenlandse en buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders, staatsbezoeken en werkbezoeken;
c.  Begeleiden van de Koningin tijdens staatsbezoeken en ander verblijf buitenlands;
d.  Voeren van correspondentie namens de Koningin;
e.  Het tijdig en in correcte vorm aan de Koningin ter tekening of ter goedkeuring voorleggen van alle door de ministeries aangeboden staatsstukken en het verzorgen van de daarbij behorende correspondentie;
f.  Behandelen en doorgeleiden van aan de Koningin gerichte verzoekschriften;
g.  Archiveren van staatsstukken en in goede en geordende staat bewaren daarvan (volgens de Archiefwet).

Het Kabinet der Koningin is een overheidsorgaan en verricht dus werkzaamheden die verband houden met de functie van het staatshoofd, niet met diens particuliere aangelegenheden. De kosten ervan worden dan ook opgevoerd in hoofdstuk III van de rijksbegroting waarin ook de uitgaven staan voor het Ministerie van Algemene Zaken en de Commissie van toezicht betreffende de Inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Zie voor de geschiedenis van het Kabinet der Koningin:
-  N. Cramer e.a. (drs. Ch. Dumas en drs. H. P. R. Rosenberg, red), Het Kabinet der Koningin. Geschiedenis van het instituut en het huis aan de Korte Vijverberg, Den Haag, 2004, 2e, gedeeltelijk herziene druk. 

Directeuren van het Kabinet der Koningin sedert 1841

Ambtsperiode
Mr. A. G. A. ridder van Rappard 1841-1854
Jhr. mr. F. L. W. de Kock 1854-1868
Mr. W. baron van Heeckeren van Kell 1868-1877
Jhr. mr. J. F. Alewijn 1877-1893
Jhr. mr. P. H. Gevers Deynoot 1893-1899
Jhr. mr. P. J. Vegelin van Claerbergen 1899-1910
Mr. dr. J. A. baron van Vos van Steenwijk 1910-1921
Jhr. mr. G. C. W. van Tets van Goudriaan 1921-1945
Mej. mr. M. A. Tellegen 1945-1959
Jhr. mr. W. F. Röell 1959-1968
Mej. mr. F. M. de Graaff 1968-1984
Jhr, mr. W. D. M. Quarles van Ufford 1984-1991
Drs. F. E. R. Rhodius 1991-2006
Mr. P.W.A. Schellekens 2006-2012 (zomer)
Drs. C. Breedveld 2012 (zomer) -

Bijgewerkt tot: 2012-01-28
Koninklijke onderscheidingen
Het Koninklijk Huisarchief
Print