Panoptisering
Panoptisering is een gevolg van de huidige risico-maatschappij (Risk Society), een samenleving waarin uiteenlopende soorten maatschappelijke risico’s en het beheersbaar houden daarvan centraal staan. Sociale beheersing bestaat uit communicatie over zaken als risico-analyses, risico-classificaties en risico-audits. Informatieverzameling en -uitwisseling zijn van het grootste belang tegen de achtergrond van het feit dat de omvang van geautomatiseerde gegevens voortdurend toeneemt. De narratieve werkelijkheid wordt vervangen door een informatorische werkelijkheid: panoptisering. Voor de politie wordt deze ontwikkeling beschreven door Ericson en Haggerty (R. V. Ericson en K. D. Haggerty, Policing the Risk Society, Oxford, 1997). De politie is in hun visie niet langer gericht op de strafrechtelijke handhaving, maar treedt op als informatiemakelaar tussen uiteenlopende maatschappelijke sectoren. Individuele criminele geschiedenissen worden doorgegeven aan overheidsinstanties, bedrijven, scholen, hulpverleningsinstellingen; uiterst minitieuze analyses van verkeersongevallen aan gezondheidsautoriteiten en verkeersveiligheidsorganisaties. Politiewerk wordt het invullen van formulieren en geautomatiseerde bestanden. Handhaving geschiedt ook op afstand door informatie- en communicatietechnologie en door kansrekening op grond van remote sensing. Data-policing is een nieuwe loot aan de politiestam. De burger is een object van risicobeheersing in een cultuur van wantrouwen.Naast deze drie ontwikkelingen verandert ook het recherchewerk van de politie: de opsporing van strafbare feiten. Aan de ene kant krijgt recherchewerk steeds meer betekenis in de basispolitiezorg. Vele vormen van criminaliteit tasten het lokale leefklimaat aan. Het lokale bestuur vraagt om opsporing van deze lokaal gebonden misdrijven en om reclassering van de daders. Het grote aanbod van deze lokaal gebonden criminaliteit zorgt ervoor dat de recherche in dit opzicht niet langer een specialisme is, maar een onderdeel van de basispolitiezorg. Aan de andere kant neemt de druk van zware vormen van criminaliteit toe. Deze criminaliteit wordt steeds complexer en (inter)nationaler. De bestrijding van zware criminaliteit heeft te maken met problemen die in de praktijk moeilijk oplosbaar zijn:
| - | internationalisering van de criminaliteit met grensoverschrijdende bewegingen van personen, geld en goederen; |
| - | toenemend falen van klassieke opsporingsmethoden als bijvoorbeeld de telefoontap. Denk aan anoniem GSM-verkeer; |
| - | moeizame informatieuitwisseling met buitenlandse, maar ook tussen Nederlandse korpsen. |
Zie verder:
| - | U. Beck, Risk Society: Toward a New Modernity, London, 1992; |
| - | Stichting Maatschappij, Veiligheid en Politie, Toekomst gezocht. Het functioneren van de politie ter discussie, Dordrecht, 1995; |
| - | W.Ph.Stol, Politieoptreden en informatietechnologie: over sociale controle van politiemensen, Lelystad, 1996; |
| - | Ad van Ruth en Lodewijk Gunther Moor met een nabeschouwing van Ybo Buruma, Lekken of verstrekken? De informatieuitwisseling tussen opsporingsinstanties en derden, Ubbergen, 1997; |
| - | R.V. Ericson en K.D. Haggerty, Policing the Risk Society, Oxford, 1997; |
| - | M. Kruissink, C. Verwers en N. Dijkhoff, Organisatie van de recherchefunctie. Een inventarisatie in de 25 regiokorpsen, Den Haag: WODC, 1998; |
| - | C.D. van der Vijver, De tranen van Foucault. Inaugurele rede Universiteit Twente, Enschede, 1998; |
| - | H.G. van de Bunt en W.M. Gemert, Opsporing, in: C.J.C.F. Fijnaut, E.R. Muller en U. Rosenthal, Politie. Studies over haar werking en organisatie, Alphen aan den Rijn, 1999, pp. 381-397; |
- E.J. van der Torre en E. van Harmelen, Basispolitiezorg en hulpverlening, in: C.J.C.F. Fijnaut, E.R. Muller en U. Rosenthal, Politie. Studies over haar werking en organisatie, Alphen aan den Rijn, 1999, pp. 399 - 421.