Uitklap-ico Boom Inklap-ico Boom Empty

POLITIEK­COMPENDIUM.NL

sfeerafbeelding 2 Compendium (3 kaartjes van Nederland)

Recht van amendement

De Tweede Kamer beschikt sinds 1848 over het recht van amendement, dat wil zeggen de mogelijkheid wijzigingen aan te brengen in een voorliggend wetsvoorstel. Artikel 84 Grondwet 1983 kent het recht aan de Tweede Kamer toe in de volgende bewoordingen:

  • 1. 
    Zolang een voorstel van wet, ingediend door of vanwege de Koning, niet door de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering is aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en vanwege de regering worden gewijzigd.
  • 2. 
    Zolang de Tweede Kamer onderscheidenlijk de verenigde vergadering een door haar in te dienen voorstel van wet niet heeft aangenomen, kan het door haar, op voorstel van een of meer leden, en door het lid of de leden door wie het aanhangig is gemaakt, worden gewijzigd.

Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer geeft in verschillende artikelen de te volgen procedure bij de indiening en behandeling van amendementen aan. Het bepaalt onder meer dat een amendement ontoelaatbaar is, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het wetsvoorstel, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het wetsvoorstel geen rechtstreeks verband bestaat. Indien verscheidene amendementen op hetzelfde artikel van het wetsvoorstel zijn ingediend, komt eerst het amendement dat de verste strekking heeft in stemming.

Indien geen der leden van de kamer een bepaald amendement bestrijdt, mag degene die het betrokken wetsvoorstel in de kamer verdedigt het amendement overnemen.

Uit onderstaande tabel is op te maken dat het gebruik van het recht van amendement tot het midden van de jaren tachtig sterk is toegenomen. Dat geldt nadrukkelijk ook voor het absolute aantal amendementen dat tezamen wordt aangenomen of overgenomen.

Cijfers van de griffie van de Tweede Kamer – gepubliceerd in de Statistische Jaarboeken van het CBS – maken duidelijk dat het aantal ingediende amendementen sinds het midden van de jaren tachtig niet verder is toegenomen.

 

Beoogde resultaat

   

Niet beoogde resultaat

 

Totaal

 

Aangenomen

Overgenomen

Totaal

Verworpen

Ingetrokken

Totaal

Kabinet

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

N

%

N

Marijnen

81

38.9

37

17.8

118

56.7

37

17.8

53

25.5

90

43.3

208

Cals

39

38.2

12

11.8

51

50.0

33

32.4

18

17.6

51

50.0

102

Zijlstra

12

30.0

9

22.5

21

52.5

11

27.5

8

20.0

19

47.5

40

De Jong

14

29.8

122

17.0

336

46.8

245

34.1

137

19.1

382

53.2

718

Biesheuvel I

71

33.2

40

18.7

111

51.9

50

23.4

53

24.8

103

48.1

214

Biesheuvel II

39

32.0

14

11.5

53

43.4

51

41.8

18

14.8

69

56.6

122

Den Uyl

336

25.1

198

14.8

534

39.9

392

29.3

412

30.8

804

60.1

1338

Van Agt I

427

26.0

120

7.3

547

33.3

711

43.3

383

23.3

1094

66.7

1641

Van Agt II

5

12.2

2

4.9

7

17.1

18

43.9

16

39.0

34

82.9

41

Van Agt III

33

33.7

1

1.0

34

34.7

40

40.8

24

24.5

64

65.3

98

Lubbers I

592

28.7

143

6.9

735

35.6

883

42.7

448

21.7

1331

64.4

2066

Totaal

1849

28.1

698

10.6

2547

38.7

2471

37.5

1570

23.8

4041

61.3

6588

Vanaf 2009 gelden de volgende cijfers:

 
 

Totaal ingediend

Waarvan in stemming gebracht

Waarvan aangenomen

Waarvan overgenomen

2009

920

531

225

2

2010

541

262

100

0

2011

1008

546

181

1

2012

988

448

154

2

2013

841

458

152

5

2014

1077

627

225

7

2015

971

526

180

0

2016

1163

629

229

3

Zie:

  • T. H. E. Kerkhofs, Het recht van amendement, in: H. M. Franssen (red.), Het parlement in aktie. Bevoegdheden van de Staten-Generaal, Assen,1986, pp.93-127.

  • L.H. Kokhuis, Onaanvaardbaarheid van amendementen, in: Bestuurswetenschappen, 29 (1975), pp.132-150;

Zie voor het gebruik van het recht van amendement onder de kabinetten-Marijnen tot en met -Lubbers I:

  • G. Visscher, Parlementaire invloed op wetgeving, ’s-Gravenhage, 1994, pp. 251-364.

Zie paragraaf Medewetgevende activiteiten voor wat nogal eens wordt aangeduid als een „verkapt recht van amendement” van de Eerste Kamer (de novelle)..